Georges & Casimir

man_or_rabbit__by_squishysandwich-d4icl8k

Georges is mijn buurman in Parijs. Voordat ik Georges kende, hoorde ik hem al regelmatig rondscharrelen. De muren zijn hier dun en de vloeren van krakende houten planken. Lang dacht ik dat Georges óf aan slapeloosheid leed, óf een enorm nachtuil was. Bijna dagelijks ging hij rond half één ’s nachts de deur uit en kwam hij niet voor zessen terug. Dan hoorde ik hem over de lange gang van de zesde verdieping stommelen.

Pas na een paar weken kwam ik Georges in levenden lijve tegen. Hij was net zijn tanden aan het poetsen in een piepklein toiletje met een fonteintje op de gang. Ik had het toiletje nog nooit gezien. Het bevond zich achter één van de eindeloze rij rode deuren in de hal. Het waren de sanitaire faciliteiten voor buren zonder badkamer of wc. Ik dacht aan het geluid van stromend water dat ik ’s nachts en vroeg in ochtend vaak hoorde. Het waren de momenten dat Georges een teiltje water vulde om even een frisse washand door zijn gezicht te kunnen halen. Alsof het niet 2017 maar 1957 was.

Georges vond het niet erg om geen water in zijn appartement te hebben, vertelde hij. Hij stotterde dus ik kon hem goed volgen in het Frans. Inmiddels was hij eraan gewend. Het enige nadeel aan zijn huis was dat het er soms zo warm werd. Hij had een konijn en die kon daar niet goed tegen.

Georges werkte niet. Dat had hij wel ooit gedaan, als postbode in het 9e arrondisement. Dan liep hij met zijn postkarretje de heuvel van Montmartre op en af. Maar er werd niet veel meer geschreven, zei hij en ach, zo erg vond Georges dat niet want hij kreeg steun van de staat. Dat was in Frankrijk allemaal prima geregeld. En terecht, vond Georges. Zolang stinkend rijke klootzakken uit welgestelde Parijse kringen nooit een dag hoefden te werken omdat ze konden teren op het familiekapitaal, waarom zou hij dan wel? De afgelopen tien jaar had hij dan ook niet meer gesolliciteerd. Hij voelde zich daar geen moment schuldig over. 

Georges, een stotterende, werkloze man van begin vijftig met een konijn en een oude jas van La Poste. Casimir II heette het konijn, vertelde Georges toen ik hem een keer tegenkwam in de lift. Het rook er muf. Georges had een bos wortels in zijn hand en ik vroeg hem of die voor het konijn of voor een boeuf bourguignon was. Een fornuis had Georges namelijk wel eentje, op petroleum.

Het konijn heette Casimir II omdat er ook een keer een Casimir I had bestaan, legde Georges uit. Of eigenlijk, twee Casimir I’s. Dat zat zo: toen Georges vijf jaar oud was had hij een groot, wit konijn: Casimir. Georges was er dol op. Maar toen Georges een keer op zondagavond thuis kwam na een logeerpartij bij opa en oma en naar de schuur rende om Casimir te knuffelen, trof hij een drie keer zo kleine Casimir aan dan de Casimir die hij op vrijdag had verlaten. Hij had het konijn uit zijn hok gepakt en zich naar de huiskamer gehaast om Casimir aan zijn vader te laten zien. Vader had even van achter de krant opgekeken en hem verteld dat Casimir het hele weekend in het gras had gespeeld. Hij was daardoor helemaal groen geworden en dat kon zijn moeder niet aanzien. Maman had Casimir daarom in de wasmachine gestopt. Ze had hem alleen, per ongeluk, een beetje te heet gewassen, zei zijn vader. Dus voilà, daarom was Casimir nu wat gekrompen. Maar wel lekker schoon, n’est ce pas?

Georges aaide de kleine Casimir een beetje beteuterd over zijn witte vacht. Maar als vijfjarige dacht hij ook alweer aan ander dingen, met zijn stoomboot in bad vanavond en het houten treinspoor omleggen. Dus nam hij genoegen met de verklaring van zijn vader, zette hij Casimir terug in zijn hok en dook hij in zijn speelgoedkist. In de maanden daarna zag hij de kleine Casimir langzaam uitgroeien tot zijn vroegere grootte. Niks raars aan, zei zijn moeder. Truien lubberden toch ook uit?

Pas vele jaren later besefte Georges dat Casimir het loodje moest hebben gelegd tijdens het weekend. Zijn ouders, anticiperend op ontroostbaar kleuterverdriet, hadden zich naar de lokale dierenwinkel gehaast om een nieuw konijn aan te schaffen. Helaas hadden ze daar op dat moment alleen jonkies in de aanbieding. Met de wetenschap dat geen huisdier zomaar vervangbaar is, hadden ze dus maar een klein wit konijntje gekocht en een leugen om bestwil bedacht.

Ik zei tegen Georges dat ik een zo goed verzonnen leugen beter vond dan de waarheid. Bij de deuren van onze wederzijdse appartementen namen we afscheid. Georges had geen slot op zijn deur. Niet nodig vond hij. Hij wist wel leukere dingen om zijn geld aan uit te geven en wat zouden ze hem nu nog kunnen afnemen: Casimir?

Terwijl ik de sleutel in mijn slot stak, dacht ik dat het niet waarschijnlijk was dat er in Georges’ situatie nog veel verandering zou komen. Ook dacht ik er even aan hoe het zijn als ik zou eindigen als een Georges. In mijn eentje in een piepklein studiootje met een konijn, zeshoog, aan de voet van Montmartre. En dat ik nog bijna twintig jaar heb om dat te vermijden.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s